850 miljard nodig voor infrastructuur in opkomende landen

Amsterdam, woensdag 20 juni 2012 – Wereldwijd zijn er 145 landen met een laag tot gemiddeld bruto nationaal inkomen die jaarlijks 851 miljard dollar nodig hebben om hun infrastructuur te moderniseren en daarmee te blijven groeien. Door het gebrek aan goede infrastructuur zijn sommige landen op dit moment maar half zo productief. De oplossing ligt bij internationale private investeerders. Deze zijn echter terughoudend vanwege de lokale risico’s en schatten daardoor de markt verkeerd in. Dit blijkt uit een studie van Roland Berger Strategy Consultants ‘Profit through progress’ in opdracht van de leiders van de G20. De analyse werd gisteren gepresenteerd tijdens de G20 top in Mexico.

Het uitblijven van private investeerders kost opkomende landen veel geld, en zet de rem op hun economische expansie. Alleen Afrika verloor hierdoor in 2011 al 9 miljard dollar. Private investeerders moeten de risico's realistischer afwegen om meer te profiteren van de sterke groei in deze landen. Zo groeide het Europese Bruto Binnenlands Product (BBP) tussen 2005 en 2010 op jaarbasis slechts met 0,8%. Het BBP in Azië daarentegen, steeg in hetzelfde jaar met 5%. In Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika werd een jaarlijkse groei van 4% waargenomen. “Om te kunnen blijven groeien zijn veel landen tegenwoordig afhankelijk van de conditie van hun infrastructuur,” zegt Tijo Collot d’Escury, managing partner van Roland Berger in Nederland en lid van de Global Executive Committee.

851 miljard dollar nodig
Uit de analyse van Roland Berger blijkt dat de grootste vraag uit de 35 landen met een laag Bruto Nationaal Inkomen (BNI) komt (1005 dollar of minder per hoofd van de bevolking) en de 110 landen met een gemiddeld BNI (tot 12.275 dollar per hoofd van de bevolking). Zij ontberen een totale investering van 851 miljard dollar per jaar in essentiële infrastructuurprojecten zoals elektriciteitstoevoer, watertoevoer en riolering, transport, telecommunicatie en irrigatie. Zo heeft in Afrika slechts 30% van de bevolking in het gebied ten zuiden van de Sahara elektriciteit. In Zuidwest-Azië is dit 62%. Collot d’Escury: “Landen met dergelijke gaten in hun infrastructuur stuiten vroeg of laat tegen hun groeigrenzen aan en lopen hierdoor veel omzet mis. Zo hebben we berekend dat veel opkomende landen tot wel 45 % minder produceren dan ze kunnen, omdat ze een slechte infrastructuur hebben.”

Gezocht: private investeerders
Wereldwijd hebben ongeveer 70 tot 80% van de grote infrastructuurprojecten betrekking op de publieke sector. Regeringen hebben echter niet de financiële middelen, waardoor veel kapitaalintensieve projecten tot stilstand komen. Verdere ontwikkeling van de infrastructuur hapert, en de nationale productiviteit stagneert. Landen met een laag bruto nationaal inkomen zouden 7,5% van hun BNP moeten investeren in nieuwe infrastructuur, maar in werkelijkheid is dit slechts 2,5%. “Het is absoluut noodzakelijk dat internationale investeerders meer betrokken raken bij grote infrastructuurprojecten, om in deze 145 landen groei en welvaart te waarborgen,” benadrukt Collot d’Escury. “Bedrijven moeten over hun angst voor grote risico's, die in sommige gevallen totaal ongegrond zijn, heen
stappen.”

Betere marktinschatting nodig
Veel private investeerders zijn bezorgd over de langetermijnplanning die met grootschalige infrastructuurprojecten gepaard gaat. Marktcondities veranderen dikwijls tijdens een project en er is angst voor disproportionele kosten en vertragingen. “Veel meer dan bij bedrijfsrisico's gaat het hier juist om de risico's van het land die een belangrijke rol spelen. Private investeerders laten zich vaak afschrikken door waarderingen en marktanalyses waarin de opkomende landen ernstig worden onderschat,” vindt Collot d’Escury. “Bij de berekening van de kredietkosten wordt in Afrika bijvoorbeeld uitgegaan van het feit dat 15% van de leningen niet wordt terugbetaald, terwijl dit feitelijk slechts om 8% van de leningen gaat. Dit enorme verschil in het beeld dat men van risico's heeft, kostte Afrika in 2011 ongeveer 9 miljard dollar. Private investeerders zouden daarom moeten controleren of de reële risico’s van het ondernemen in een bepaalde regio, op de juiste wijze zijn beoordeeld. Men moet anders gaan denken.”

Veilig beleggen
Collot d’Escury: “Er zijn enkele relatief eenvoudige middelen beschikbaar die private investeerders kunnen helpen om veilig te beleggen in infrastructuurprojecten. Denk bijvoorbeeld aan traditionele risicobeheermethodes, zoals verzekeringen of specifiek doel gebonden obligaties. Door lokale partners en financiële instellingen te betrekken, kunnen bedrijven de politieke risico's en de risico's betreffende valuta tegengaan. Spreiding van de investering bij een aantal personen levert profijt op voor de lokale bevolking, lokale bedrijven en de investeerders zelf. Bovendien wordt er niet alleen in de  opkomende landen groei gerealiseerd; tegelijkertijd worden aanzienlijke zakelijke gebieden in nieuwe markten geopend waar de investeerders baat bij hebben. Want uitsluitend groei leidt tot meer
groei.”

Roland Berger Strategy Consultants
Roland Berger Strategy Consultants is een internationaal strategisch adviesbureau, met ruim 2.500 medewerkers in 49 kantoren, verspreid over 35 landen in de wereld. In Europa behoort de firma tot de top-3 van strategieadviseurs en wereldwijd tot de top-5. Roland Berger werd in 1967 in München opgericht en in 2002 opende zij haar Nederlandse kantoor. Sinds deze oprichting groeide de Nederlandse vestiging naar meer dan 90 medewerkers actief in de Nederlandse markt. Zie ook www.rolandberger.nl

Noot voor de redactie - Niet voor publicatie

Voor vragen en / of meer informatie kunt u contact opnemen met Tijo Collot d’Escury, managing partner van Roland Berger in Nederland en lid van de Global Executive Committee (020 – 79 60 600 of per e-mail via: Tijo_CollotdEscury@nl.rolandberger.com) of Ward van den Berg, senior research associate bij Roland Berger in Nederland (020-79 60 600 of e-mail via: Wardvanden_Berg@nl.rolandberger.com).